Apollo

Dood van de zenuwen ga ik. Ik zit te wachten in de wachtkamer op de afdeling gynaecologie en fertiliteit van het UMCG. Wat nou als het allemaal niet lukt straks? Wat nou als ik allemaal genetische afwijkingen heb en enge ziektes ofzo? In grote wanhoop begin ik iedereen die ik ken maar appjes te sturen. Gelukkig kan mijn zus me goed afleiden met foto’s van mooie mannen. Dat zal straks vast wat extra inspiratie opleveren.

Twee keer per dag wordt in het UMCG zaad ingevroren. Je moet je wel aanmelden, maar het is niet zo dat je opgeroepen wordt, zoals bij een normale afspraak bij de dokter of in het ziekenhuis. Om 13.00 uur had ik afgesproken dat ik ‘mijn ding’ zou doen, dus ik loop naar het hokje van het vruchtbaarheidscentrum.

In één klap zijn al mijn zenuwen weg. Voor mij staat een jonge arts. Een jonge god kan ik beter zeggen: een apollo met donkere haren, brede schouders en één van de meest sexy baardjes die ik ooit heb gezien. ’t Is alleen wel een beetje jammer dat hij zo klein is. Ik gok zo’n 1 meter 70. Bijna flap ik eruit dat hij wel mee mag helpen, maar dat is natuurlijk niet echt gepast. Inspiratie heb ik wel in elk geval. Dus dat moet goedkomen.

Apollo neemt me mee naar ‘productiekamer B’. Gelukkig is daar goed gezelschap van mijn tablet en mijn rechterhand, maar met die engel in witte labjas van net er bij was toch leuk geweest. Een week later moet ik weer naar het UMCG en krijg ik de uitslag. Mijn zaad blijkt prima in orde. Sterker nog, ik blijk erg goed zaad te hebben, en hoef dus niet zes maar slechts vier keer naar het UMCG om mijn genetisch materiaal in een potje te vuren. Hopelijk is Apollo er dan ook weer.

Donorprofiel

En ineens komt het best wel dichtbij. Afgelopen week kreeg ik van het UMCG een dikke envelop vol met formulieren en overeenkomsten. Ze zijn onderdeel van de procedure om zaad te doneren. De verschillende formulieren bevatten vragen over mijn medische gezondheid, maar ook over mijn karakter, mijn fysieke uiterlijk en mijn levensstijl. De bedoeling is dat iemand die de ingevulde formulieren leest een volledig beeld van mij krijgt. Alsof je een dik boek hebt gelezen en de hoofdpersoon door en door hebt leren kennen. Maar dan op 4 kantjes.

20151006_191209Ik staar naar de formulieren en realiseer me dat ik nu al enkele dagen het invullen ervan uitstel. Is het angst voor wat er nu gaat gebeuren? Nee, zo zou ik het niet typeren. Ik heb hier erg lang over nagedacht en weet zeker dat ik Astrid met mijn zaad wil helpen. Wat houdt me dan nog tegen? Ik denk dat het vooral confronterend is om zo uitgebreid over jezelf te schrijven. Wat moet ik nu opschrijven over mijn sociale type? Ik vind het erg lastig.

Hoe ben ik ook alweer bij dit punt aangekomen? Eigenlijk start het proces al in mijn eerste studiejaar aan de universiteit. Ik ben al een tijdje uit de kast en ontdek via het COC en uit andere kanten dat er een groot tekort aan spermadonoren is. Het idee kwam uiteindelijk van mij moeder. Toen ik mij echter bij de spermabank wilde aanmelden, moest een zwaar teleurgestelde telefoniste mij vertellen dat ik helaas met mijn 19 jaar nog te jong was om te doneren.

Vorig jaar was ik bij een bijeenkomst van de werkgroep Roze Ouderschap Noord-Nederland (RONN). Daar heb ik Astrid leren kennen. Het klikte meteen erg goed en sinds die dag hebben we contact gehouden. Inmiddels ligt er een contract en is het echt begonnen.

Uiteindelijk vul ik dan alles maar zo goed mogelijk in. Als een kind dat dankzij mijn sperma is geboren 12 jaar wordt, dan krijgt het kind het recht om dit profiel in te zien. Waarschijnlijk is dat echter niet nodig, want ik ben een bekende donor en zal dus zichtbaar zijn in het leven. Hoe het allemaal verder gaat, zal ik jullie de komende tijd met deze blogs laten meebeleven.

Collabro: Gillend als een meid

Vakantie is altijd zo’n periode waarin je eens heerlijk los kunt komen van de hectiek van alledag. Even letterlijk helemaal ‘los’ gaan. Zo heftig als ik dat deze zomer meemaakte had ik echter nooit verwacht.

Ik stond gezellig met een groep homo’s in een Londonse Gay Club toen we allemaal van het podium af gestuurd werden, waar we stonden te dansen. Er zouden twee optredens volgen. Eén van Leah McFall, runner up bij The Voice UK. We stonden nog vooraan bij het podium waar we net vanaf gestuurd waren toen de tweede act aangekondigd werd. Net als bij Leah werd een onbekende naam genoemd waarna de zaal begon te gillen. En toen gebeurde het. Vijf super knappe jongens van begin twintig stapten het podium op. Een meter of twee voor mij stonden ze op het podium en ik merkte dat de aanblik van zoveel mannelijk schoons mijn hart sneller deed kloppen. Op het moment dat één van de groep (de knapste) mij recht in de ogen aankeek – althans, dat dacht ik natuurlijk – voegde ik mij bij de schreeuwende horde hysterische homo’s.

Ik heb altijd een beetje belachelijk gedaan over van die fans (vaak meisjes van ongeveer zestien jaar) die hysterisch gillen naar Justin Bieber of de jongens van One Direction, maar voor even waande ook ik mij in deze wereld van groupies. Ik heb foto’s gemaakt, filmpjes waarop de jongens door het gegil niet meer te horen zijn en als klap op de vuurpijl heb ik de hotste boy, Michael Auger, aangeraakt met mijn rechter hand. Nadat ik dit laatste in de laatste roes nog gedeeld heb via twitter heb ik mij gewoon gedoucht (inclusief rechter hand) en ben verder gegaan met het genieten van mijn geweldige vakantie. Maar dit gevoel – ik zou het bijna vergelijken met een goed orgasme – zal ik nooit vergeten. Iets meer begrip voor de hysterische Beliebers heb ik wel gekregen.

Vrijheid geef je door

Vrijheid is een onderwerp dat erg belangrijk is voor de gehele Nederlandse samenleving. Al sinds de eerste grondwet van 1814 staat vastgelegd dat eenieder vrij is zijn eigen godsdienst te belijden en zijn eigen mening te verkondigen. In de jaren daarna zijn er alleen maar meer en sterkere vrijheden en rechten voor burgers bij gekomen. Zo kennen we tegenwoordig naast de (vrijheids)rechten in de grondwet ook het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, het Internationaal Verdrag inzage Burgerrechten en Politieke Rechten en vele anderen.


Naar mijn mening gaat vrijheid vooral over vrij te zijn wie je bent en de mogelijkheid dit te uiten aan de samenleving. Het beste voorbeeld vind je bij de oorsprong van de 4 en 5 mei vieringen: de Tweede Wereldoorlog. In deze oorlog waren er verschillende bevolkingsgroepen die niet vrij waren om te zijn wie ze waren. Allereerst te denken aan Joden, maar ook Jehova’s getuigen, zigeuners, homoseksuelen en gehandicapten werden vervolgd. Voor al deze mensen was de reden van vervolging iets waar zij niets aan konden doen – ervan uitgaande dat Jood of Jehova’s getuige net als zigeuner (Roma, Sinti) een afkomstkenmerk is; iets wat je meekrijgt van je ouders.


Nog steeds is vrijheid een zeer actueel onderwerp, zowel in positieve als negatieve zin. Denk aan de vrijheid van meningsuiting, maar ook de beperkingen en grenzen daaraan. Denk aan de vrijheid van homoseksuelen om te kunnen trouwen en sinds 1 april de vergrote vrijheid voor twee vrouwen om samen wettelijk moeder te kunnen zijn van hun kind, maar ook de vele incidenten van geweld tegen homoseksuelen en transgenders, soms zelfs met blijvend letsel tot gevolg. Denk aan de verhalen van racisme waarin mensen worden beoordeeld om hun uiterlijk en afkomst en daarom anders behandeld worden.

Het onlangs door de BNN opnieuw uitgezonden Grote Racisme Experiment drukt ons allemaal weer eens met de neus op de feiten. Wat het experiment laat zien is dat racisme niet iets is wat iedereen van nature doet, maar dat het iets is wat mensen wordt aangeleerd. Racisme en discriminatie, de beperking van andermans vrijheden te zijn wie hij of zij is, zijn dingen die mensen aangeleerd krijgen van hun omgeving. Dat kunnen ouders zijn, maar ook vrienden, een geloofsgemeenschap of scholen. Het zijn allemaal instituties die individuelen beïnvloeden in hun doen en laten en dus ook de mate waarin men doet aan discriminatie naar andere mensen, of mensen die ‘anders’ zijn.

Als het aangeleerd is dat je anderen niet de vrijheid gunt te zijn wie ze zijn, dan is de logische beredenering dat het omgekeerde ook mogelijk is: het afleren van deze beperking van andermans vrijheden; het aanleren van vrijheid en respect voor jezelf en voor anderen. Als iedereen nu eens zou stoppen met te zeggen dat bepaalde groepen mensen minderwaardig, slechter, dommer, zondig of pervers zijn, dan zou de wereld er zoveel mooier uit zien. Je hoeft het niet altijd eens te zijn met de levenswijze van een ander, maar zolang je er geen last van hebt, kun je wel respect hebben voor de ander als mens en persoon zoals zij ook respect hebben voor jou. Hierin kun je ook anderen stimuleren, want vrijheid geef je door.

Hokjes – Man en vrouw

Hokjes, labels, vooroordelen. Je hebt er zo veel van, maar op de een of andere manier willen mensen toch niet gegeneraliseerd worden. We willen zijn wie we zijn als individu, op die manier worden behandeld en niet met alle stereotypen over één kam worden gescheerd. Ik hoor geregeld van mensen om me heen dat ze niet in een vakje gedrukt willen worden. “Ik ben wie ik ben en dat moet iedereen maar accepteren,” is een kreet die je vaak hoort. Maar is dat nou echt zo erg? Een labeltje opgeplakt krijgen? Zijn er niet ook voordelen aan het hebben van labels en hokjes? Ik denk van wel.

In deze eerste blog over hokjesdenken en labelen wil ik het hebben over de labels ‘man’ en ‘vrouw’. Laatst kreeg ik van een docent naar aanleiding van een voorlichting die ik had gegeven het volgende in een e-mail.

“Wat mij wel opviel, was, dat jullie eigenlijk erg conservatief zijn. Ik bedoel dan in de man – vrouw verhoudingen en verdeling van de gezinstaken; Papa werkt, mama zorgt en mag misschien ook werken.  Homo’s zijn zachtaardig en vrouwelijk, de een iets meer dan de ander, en zo krijg je ook daar een man-vrouw verhouding met de bijbehorende stereotiepe taken.”

Uiteraard is dit niet het beeld dat ik wil creëren, maar toen ik erover nadacht wist ik wel waar dit beeld vandaan kwam. Als je praat met leerlingen over zoveel nieuwe onderwerpen, is het fijn dat dingen een naam hebben. Tijdens de voorlichtingen komt dan ook altijd de vraag of ik in mijn vorige relatie ‘het mannetje’ of ‘het vrouwtje’ was. Ik probeer leerlingen dan te laten nadenken over de hokjes ‘man’ en ‘vrouw’. Veel voorbeelden vind je dan in de sportwereld. Bijna iedereen zal het met me eens zijn dat vechtsporten, rugby en zelfs nog steeds voetbal meer mannensporten zijn, terwijl ballet en synchroonzwemmen meer gezien worden als vrouwelijk. Als je echter vraagt aan een klas wie van de meiden op voetbal zit, zie je dat dit toch een heel grote groep van de meiden is. Hieraan zie je al dat de laatste jaren die grenzen tussen mannen- en vrouwensporten steeds kleiner. Denk eens aan hoeveel mannelijke turners er tegenwoordig bekend zijn, de stijgende populariteit van vrouwenvoetbal, en wat te denken van sporten als hockey, atletiek, volleybal?
Toch blijft (vooral in de media) het beeld bestaan dat mannen stoer en vrouwen sexy en elegant moeten zijn (lees daarover ook in mijn eerdere blog Seks, de Seksuele Revolutie en de Seksuele Paradox). Maar geldt dan: stoer is mannelijk, sexy en elegant is vrouwelijk? Of andersom? Mannelijk is stoer, vrouwelijk is sexy en elegant. Je hoort in dit kader wel eens mensen zeggen dat homo’s ‘vrouwelijk’ zijn en lesbo’s ‘mannelijk’, of dat je binnen een homoseksuele relatie altijd een ‘mannetje’ en een ‘vrouwtje’ hebt.
Is het erg dat je sommige gedragingen en trekken ‘mannelijk’ noemt en andere trekken ‘vrouwelijk’? Ik denk van niet. Hokjes en labeltjes hebben we om aan elkaar duidelijk te kunnen maken waar we het over hebben. Iedereen weet wat wordt bedoeld met ‘mannelijk’ en iedereen weet wat wordt bedoeld met ‘vrouwelijk’. Het is ook niet zo zeer of we moeten stoppen met het gebruiken van hokjes, maar we moeten stoppen met het generaliseren van mensen in die hokjes.

Net zoals je sporten niet meer specifiek mannelijk of vrouwelijk kunt noemen, gaat dat ook met de rolpatronen binnen een relatie. De een doet meer in het huishouden, de ander meer in de tuin. Je zou het huishouden vrouwelijk kunnen vinden en in de tuin werken mannelijk, of meer nog het zijn van kostwinner. Maar steeds meer zien we huisvaders thuis bij de kinderen en vrouwelijke kostwinners. Bij homorelaties kun je die hokjes ‘mannetje’ en ‘vrouwtje’ net zo min maken. Iedereen, man of vrouw, homo of hetero, cis- of transgender, iedereen heeft eigenschappen die je bij de andere groep zou kunnen zetten, maar dat maakt iemand niet minder man of vrouw, homo of hetero, cis- of transgender.
Niet alleen homo-mannen of -vrouwen hebben vrouwelijke resp. mannelijke trekjes. Alle mannen en vrouwen hebben eigenschappen die kenmerkend zijn voor het andere geslacht. Het is belangrijk dat iedereen daar trots op kan zijn. Gelukkig kwam daarin al snel de term ‘metroman’ in het taalgebruik. Wikipedia hanteert voor ‘metroman’ de volgende definitie: “Een man die vrouwelijke trekjes vertoont en/of vrouwelijke gevoelens heeft, maar wel een (seksuele) voorkeur heeft voor het vrouwelijk geslacht en daarmee dus heteroseksueel is.” Het is jammer dat de vrouwelijke variant nog niet bestaat. Belangrijkste is echter dat het gebruik van ‘hokjes’ en ‘labels’ gebruikt wordt om duidelijk te maken wat men bedoelt. Hopelijk houdt dan iedereen in zijn achterhoofd, dat een label slechts een verkapte voorstelling van de totale werkelijkheid, maar dat daar achter nog een wereld van oneindige verschillen bestaat. 

Iedereen is anders en dat is …