Overwerk?

Ik had afgelopen week zo’n geweldige ervaring toen ik ging voorlichten. Ik was al voor de tweede dag samen met Silke (we zijn samen een geweldig team geworden) op een erg speciale school. Deze school was bedoeld voor jongeren met een leerachterstand of bepaalde gedragsproblemen. Zij konden deze school gebruiken als brug tussen de basisschool naar het voortgezet onderwijs. Deze groepen zijn, anders dan bijvoorbeeld een gymnasium klas, veel directer en impulsiever en in veel gevallen ook een stuk drukker!

Wij kwamen als COC onze gastles over Seksuele Diversiteit geven binnen het project Maand van Liefde en Genot. In die setting zouden we alleen de vijf jongste groepen (ze werken op deze school met groepen) van dit kleine schooltje met slechts groepen doen. Drie deden we op dinsdag en de laatste twee zouden we op de donderdag doen. Op het moment echter dat wij klaar waren met onze laatste voorlichting en in het lokaal nog even aan het napraten waren, hoorden wij twee meiden op de gang tegen elkaar kissebissen. “Het is een vrouw! Dat zeiden ze net toch?” “Hoe kan dat nou? Dat is toch gewoon echt een man, dat zie je toch zo!” Zo gingen ze tegen elkaar in. Voorlichter ben je altijd, ook als je geen voorlichting geeft. Daarom stapte ik naar buiten en probeerde mij in het gesprek te mengen. Dat was niet moeilijk, want al snel zei het ene meisje: “Meneer, die andere mevrouw, dat is een mevrouw toch?” Waarop ik haar vertelde dat ze dat zelf maar moest vragen aan Silke.

Na een korte uitleg aan deze leerlingen uit groep 7 vroeg het ene meisje: “Meneer, waarom komen jullie niet bij onze klas?” Ik legde haar uit dat wij slechts uitgenodigd waren voor de eerste 5 groepen. Toch wilde ze heel graag dat we ook bij hun in de klas zouden komen, waarop ik zei dat ze dat moest overleggen met haar docent en onze contactpersoon of dat goed was. Nog voor ik uitgesproken was, renden ze naar de personeelskamer (het was op dat moment pauze) en binnen vijf minuten was het geregeld: we zouden nog twee voorlichtingen van anderhalf uur doen. Gelukkig waren van een andere organisatie twee voorlichters minder meegekomen en dus werd ook de lunch met soep en broodjes binnen no-time voor ons gereed gemaakt.

Aan het eind van de dag, na zeven lesuren achter elkaar voorlichting te hebben gegeven aan leerlingen met een niet al te lange spanningsboog en het hart op de tong, kwamen we licht afgemat de personeelskamer in. De laatste klas was absoluut de leukste en die hebben we dan ook vele speciale extra’s laten zien op het digibord, zoals de foto van mij als Drag Queen (“WOW, bent u dat?”) en o.a. de website van jongenout.nl en iedereenisanders.nl. Ook werd de hele klas vreselijk enthousiast van het idee om een GSA op te richten.

Op dat moment was het echter nog niet klaar, want de personeelskamer zat vol met een groep vreselijk nieuwsgierige docenten. Nu werkten op die school al een lesbische en biseksuele docente, maar die stel je niet meteen allemaal persoonlijke vragen over hun geaardheid. Wij zijn er tenslotte speciaal voor. Uiteindelijk was het al bijna 5 uur dat wij de school verlieten en hadden we sinds half 9 met een paar kleine pauzes tussendoor de hele dag over onze seksuele geaardheid en seksuele identiteit gepraat.

Moe en voldaan zijn we achteraf weer naar huis gegaan, met de afspraak dat de docent zou kijken naar de mogelijkheden om een GSA op te richten. Hopelijk horen we nog veel van deze school. Het was me het dagje wel namelijk!

“Dat leer je bij biologie nou nooit”

Helaas was het alweer een tijdje terug dat ik nog zelf voorlichting had gegeven, maar afgelopen dinsdag was het weer een keer zo ver. We gingen met z’n drieën gezellig naar een school in Beilen, waar wij voorlichting zouden geven aan de 2e klassen vmbo. Het team van de dag bestond uit Wilfred, een homoseksuele oud-voorlichter die mij nog graag eens waar mogelijk ondersteunt met het invullen van voorlichtingen; Silke, een transvrouw die voor de tweede keer mee ging om voor te lichten; en natuurlijk ikzelf.
De eerste klas waar we waren, was een redelijk grote groep. Ik begon de voorlichting zoals ik altijd begin: eerst een opwarmertje met de introductie van het onderwerp Seksuele Diversiteit – in deze context verstaan wij daaronder voor het gemak ‘slechts’ homoseksualiteit, biseksualiteit en transgender, maar natuurlijk horen heteroseksualiteit en alle andere variaties daar ook bij. Daarna stel ik mezelf voor en vraag mijn teamgenoten zichzelf te introduceren. Als laatste onderdeel van de introductie doen we een rondje door de klas en vraag ik iedereen om zijn naam en of ze iets kunnen noemen waaraan zij denken bij Seksuele Diversiteit. Tijdens dit onderdeel kun je pas echt de dynamiek in de klas voelen.
Tot mijn verbazing bleken de leerlingen in deze grote klas geweldig op elkaar ingespeeld en een super gezellige groep – zij het dat ze een tikkeltje druk waren. De leerlingen luisterden goed naar wat iedereen te zeggen had en reageerde fijn op elkaar. Ook tijdens de voorlichting was één woord genoeg om de rust in de klas te doen wederkeren en ervoor te zorgen dat iedereen weer naar elkaar luisterde.
Op een gegeven moment werd het onderwerp Transseksualiteit aangesneden. Uiteraard vroeg ik of Silke misschien dit deel van de voorlichting wilde ‘leiden’. En dat deed ze met verve. Om te proberen uit te leggen hoe transseksualiteit ‘werkt’ tekende ze een poppetje op het bord. “Iedereen weet wel wat ‘geslacht’ betekent, denk ik,” begon Silke haar uitleg. De klas liet merken dat dit zeker wel het geval was. “Je geslacht,” vervolgde Silke, “zit tussen je benen.” Terwijl Silke een met een cirkel het kruis van het poppetje accentueert en er ‘geslacht’ bij zet, begint de klas te lachen. “Maar weten jullie ook wat het woord ‘gender’ betekent?” vraagt Silke. Er volgt een enkele poging uit de groep, maar Silke is niet tevreden. “‘Gender’ is hoe je je geslacht van binnen ervaart, hoe je geslacht van binnen voelt, dat zit in je hoofd.” Langzaam zie je dat de leerlingen het begrijpen. Voor de volledigheid vervolgt Silke haar verhaal. “Dan heb je nog wat we ‘seksuele geaardheid’ noemen, of makkelijker gezegd: ‘liefde’. Hiermee bedoelen we op wie je verliefd wordt. Dat zit in je hart.
“Nu kan het soms zijn dat je ‘gender’, dus wat je voelt, niet hetzelfde is als je ‘geslacht’. Als dat zo is, dan zeggen we dat iemand ‘transseksueel’ is.” Nadat we ook hebben uitgelegd dat deze drie onderdelen, namelijk ‘gender’, ‘geslacht’ en ‘liefde’ bijna oneindig kunnen variëren, steekt een jongen zijn vinger op:
“Wat is dit super interessant zeg! Dat leer je bij biologie nou nooit!”


 Anonieme jongen, 2 vmbo

Seks, de Seksuele Revolutie en de Seksuele Paradox

Seks: iedereen doet eraan, maar toch hebben we het er liever niet over. Althans, de meeste mensen. Dat was ook de boodschap die ik meekreeg tijdens het Kenniscafé dat ik bijwoonde in Amsterdam over de ‘Seksuele Paradox’. In een zeer ontspannen sfeer werd tijdens een ‘live’ radio uitzending een uiteenzetting gegeven over hoe er in de westerse samenleving wordt omgegaan met Seks.
Eerste gast tijdens deze avond was Laurens Buijs, socioloog werkzaam aan de Universiteit van Amsterdam. Hij vertelde over hoe in de jaren ’60 tot ’70 het startsein werd gegeven voor iets wat tegenwoordig ook wel bekend staat onder de naam ‘Seksuele Revolutie’. In deze tijd stond alles op zijn kop rondom seks: alles kon; volledige vrijheid.

Conflicten in de seksuele revolutie

Gert Hekma, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, ziet in de seksuele revolutie tegenwoordig vooral een groot aantal conflicten. Bepaalde groepen die in opstand komen tegen de gevestigde autoriteit. Dit kan heel breed gezien worden. Zo zijn er conflicten tussen uiteraard pubers en hun ouders, maar ook leerlingen tegen docenten, homo’s tegen de gevestigde hetero-standaard en de vrouw tegen de nog altijd prominent aanwezige mannelijke autoriteit.
Volgens Laurens was de ‘Seksuele Revolutie’ van de jaren ’60 en later vooral een generatieconflict. De jeugd (vooral studenten) stond op tegen de oude normen en waarden waarin seks vooral iets was, bedoeld om je voort te planten. Langzamerhand echter werd ook de genotskant van seks en seksualiteit steeds meer geaccepteerd en ook geaccentueerd. Dat, echter, was niet het enige. Seks werd ook steeds meer voor andere doeleinden gebruikt. Steeds vaker dook seks of seksualiteit op in reclames, advertenties of campagnes. Iedereen kent immers de poster van de Pacifistisch Socialistische Partij. Op die poster wordt bloot (in die tijd zeker geassocieerd met seks) gebruikt om vrijheid te symboliseren.

Vrijheid

Vrijheid is één van de sleutelwoorden binnen de seksuele revolutie (die op sommige vlakken nog altijd bezig is). Hierbij kun je vooral denken aan vrijheid van vrouwen (en feminisme) en homoseksuelen. Zoals we echter al hebben gezien werd seks ook gebruikt om andere vormen van vrijheid te laten zien. PSP zag hierin de vrijheid in de zin van vrij van wapens en vrij van oorlog. In mijn visie is seks in de eerste plaats iets dat ontstaat uit liefde. Door zo dicht bij elkaar te komen (of zelfs in elkaar) laat je zien dat je heel veel van elkaar houdt. Dit is ongetwijfeld ook waar de mensen van PSP aan hebben gedacht. Liefde, geen oorlog. Make love, not war.

De Paradoxen

Maar wat is dan precies die paradox? Die paradox in de seksuele revolutie zien we vooral bij de huige jeugd. De normen keren de laatste jaren weer terug naar oude standaarden, aldus Laurens. Monogamie wordt weer steeds belangrijker gevonden. Ook moet je als meisje niet zomaar met iedereen gaan en een ‘slet’ worden. En als jongen moet je er voor oppassen een ‘player’ te zijn. Dat zegt Marianne Cense, seksuologe bij Rutgers World Population Found, hét kenniscentrum over seksualiteit binnen en buiten Nederland. Ondanks dat de jeugd niet ‘slet’ of ‘player’ gevonden wil worden, moeten jongens en meisjes wel voldoen aan bepaalde seksuele gendertyperingen. Zo moeten meisjes vooral sexy zijn, maar integer, en jongens vooral stoer, maar respectvol tegen meisjes.
Een ander deel van die paradox vinden we in bed. Zoals ik al aangaf, en ook door Laurens werd benoemd, ging (en gaat) een groot deel van de seksuele revolutie over gelijkheid. Dit vinden we terug in de seks, waarin het belangrijk wordt gevonden dat beide deelnemers klaarkomen en dat er een grote mate van wederkeringheid plaatsvindt tijdens de seks. De man en de vrouw zijn in de relatie, maar ook in bed, steeds meer gelijk geworden. Monogamie is ook de laatste jaren steeds weer meer belangrijker geworden. Trouw blijven aan elkaar, maar ook: alleen seks binnen een relatie. Dit staat in contrast met hoe de revolutie eigenlijk begon. Seksuele vrijheid; ‘vrijheid, blijheid’, zoals de bekende leus klinkt. Wat we tegenwoordig, naast de meer klassieke waarden als ‘gelijkheid (in bed)’ en ‘monogamie’ zien, is het feit dat er steeds meer wordt geëxperimenteerd in relaties. Ook raken bepaalde fetishes steeds meer uit de taboesfeer, althans…
Zijn we nu wel zo open over seks? Zoals het hier boven staat lijken bepaalde elementen in ‘seks’ steeds vrijer te worden. Praten over seks met onze vrienden, blijft echter voor velen een grote drempel. Seks is voor velen nog steeds iets dat binnen de muren van de slaapkamer gebeurt en niet gedeeld hoeft te worden met de buitenwereld. Seks wordt gezien als iets persoonlijks waarmee je anderen niet moet lastigvallen.

Homoacceptatie

Dit zien we ook terug in de gevechten naar homoacceptatie. Als je mensen vraagt (ook op verantwoorde, niet geladen manier) wat ze vinden van homoseksualiteit, hoor je van vooral mannen vaak het zelfde antwoord: “Ik vind homo’s helemaal prima, als ze maar van mij afblijven.” Vaak zou ik dan terug willen zeggen: “Alsof ze aan jou zouden willen zetten!” Dat kun je echter meestal beter laten. Wat vaak de achterliggende gedachte is van deze mannen, maar ook van anderen, is: homoseksualiteit is helemaal prima, maar ‘not in my face’.
Dit is wat Garjan Sterk, media deskundige en docente aan de Hogeschool van Amsterdam, ziet in haar werkveld. In de media zien we steeds meer seks en seksualiteit. De gedachte is alleen dat dit zo algemeen en onpersoonlijk mogelijk moet blijven. Een voorbeeld dat Garjan geeft is het homohuwelijk dat onlangs gesloten is in de bekende soap Goede Tijden Slechte Tijden (GTST). Door veel van Garjans studenten, maar ook daarbuiten, wordt dit gezien als provocatie van homoseksuelen. “Doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg.” “Wij hoeven dit niet te zien.” Dat zijn reacties op bijvoorbeeld de homokus en de eerste homoseksscène die ook in de verhaallijn van GTST langskwamen.

Maar waarom dan wél al dat geflikflooi van de hetero’s in de (in mijn opinie vaak redelijk platte) soap? Garjan denkt dat het ligt aan de mate waarin je jezelf ergens mee kunt identificeren. De meeste kijkers van GTST kunnen zich vooral identificeren met de heteroseksuele personages in de soap. Juist dat zich niet in kunnen leven in de homoseksuele medemens, maakt dat homoseksualiteit niet geaccepteerd wordt. Juist door homoseksualiteit zichtbaar te maken, zal het integreren in de samenleving en wordt het meer geaccepteerd.

Twee typen emancipatie

In de verschillende emancipatiebewegingen zijn twee verschillende stromingen aan te merken volgens Laurens Buijs. In de ene soort is er wel sprake van een revolutie, waarin gelijke rechten worden nagestreefd, maar staat daar tegenover dat er wel degelijk verschillen mogen zijn tussen de groepen. Als voorbeeld zou je in de vrouwenemancipatie kunnen zien dat vrouwen vooral objectief gelijkgesteld willen worden aan mannen. Een belangrijk punt daarin is de gelijke inkomens verdeling tussen mannen en vrouwen. Het verschil dat er echter mag zijn, is dat vrouwen sexy mogen zijn, van hun aard uit zorgzamer zijn en beter over hun gevoelens kunnen praten dan mannen.
Hiertegenover staat een groep die de gelijkheid zo strak wil doortrekken dat er helemaal geen verschil meer bestaat. Dit zijn ook bijvoorbeeld die homo’s die vinden dat homo-mannen zich ook gewoon mannelijk moeten gedragen en lesbiennes zich vrouwelijk moeten gedragen. Volledige integratie is hun doel.
Ik persoonlijk zou juist willen streven voor een grote diversiteit aan mensen. Durf bijzonder te zijn en laat zien wie je bent. Dat vind ik belangrijk.

De Intake

Als coördinator Voorlichting bij COC Groningen en Drenthe ben ik de laatste tijd vooral nog met één ding bezig: op zoek naar nieuwe voorlichters. De groep waar we mee zitten is helaas het laatste halfjaar erg uitgedund.
Iets wat daar onlosmakelijk mee verbonden is, is het houden van intakes. Tegenwoordig doe ik er bijna elke week een, en zo ook vandaag.
Ik moest denken aan hoe ik zelf ooit begonnen ben. Ik was 15 en nog niet zo heel lang uit de kast, maar gelukkig is die periode zonder al te veel moeilijkheden voorbij gegaan. Met mijn vriend die ik toen had ben ik een keer mee geweest terwijl hij een voorlichting gaf (niet via het COC, maar als oud-leerling) en dat vond ik erg leuk. In mijn klas zat naast mij ook een (openlijk) lesbisch meisje en samen hebben we het idee opgepakt om ons aan te melden als voorlichters bij COC Zwolle.

Op een regenachtige naar ik meen woensdagavond zijn we met z’n tweeën de lange busreis van Emmeloord naar Zwolle gaan maken. Als twee jonge pubers liepen we met Google Maps op de telefoon door de straten van het centrum van Zwolle. Toen we hadden gevonden waar we moesten zijn werden we heel hartelijk ontvangen door een leuke vrolijke man die ons thee en zowaar een lekker stuk taart gaf. Hij vertelde over wat hij voor COC Zwolle deed en vroeg ons ook over wat we allemaal deden in het dagelijks leven. En uiteraard waarom we voorlichting wilden gaan geven. Zelf gaf hij niet heel actief meer voorlichting. Zijn taak was nu meer beperkt tot een coördinerende functie.
Eerst zouden we een aantal keren mee-‘guppen’ met ervaren voorlichters. Dat is hoe in Zwolle de nieuwe voorlichters worden genoemd die nog niet zelfstandig voorlichting geven: ‘Gup’. Het klinkt een beetje oneerbiedig, maar stiekem vind ik het nog steeds wel iets hebben. Achter de schermen gebruik ik de term in Groningen dan ook nog steeds.
Na de tijd werden we uitgenodigd voor de eerste vergadering en zouden we de planning toegestuurd krijgen via de e-mail. Dan konden we alvast kijken wanneer we voor de eerste keer mee zouden kunnen lopen.

Als ik tegenwoordig intakes doe, probeer ik altijd die ongedwongen sfeer die er toen was ook te creëren. Ik zie het nooit als een serieuze sollicitatie waarbij ik kritische vragen moet stellen. De vrijwilligers die zich aanmelden zijn eigenlijk altijd wel gemotiveerd om te gaan voorlichten en doen dat ook uit hun eigen overtuiging dat het hard nodig is. Juist door deze motivatie leren voorlichters snel en is van de meeste vrijwilligers wel een goede voorlichter te maken. Het belangrijkste is dat je gemakkelijk kunt praten. Tijdens de voorlichtingen snijd je een onderwerp aan, dat voor veel leerlingen best lastig is. Als je daar zelf al moeite mee hebt, hoe kun je dan ooit een levendige voorlichting verzorgen?

De dame en heer van vandaag waren beiden goed geschikt als voorlichter. Ik heb een erg leuk gesprek gehad en hoop dat ze snel een keer mee kunnen lopen!

“Praat met iemand bij wie je je prettig voelt. Praat, praat, praat.
 
 Sipke-Jan Bousema

Drag Queens

Afgelopen zaterdag was er in De Kast, de grootste Gay club van Groningen op dit moment, de Groninger Drag Queen verkiezing. Een geweldige avond waar ik heerlijk even kon loskomen van de minder leuke dingen die middag. Ik was die avond met twee vriendinnen van het COC. Uiteindelijk bleek het, naast een vooral erg gezellige avond, ook een avond die achteraf verschillende discussies heeft doen oplaaien.

Eén van de discussies ging over een bericht in het Dagblad van het Noorden. Op zichzelf was het een heel positief artikel over hoe mensen zich lekker kunnen uitleven in iets waar ze zich goed bij voelen. Kort gezegd: even lekker jezelf zijn. Op Facebook echter las ik een discussie waarbij het er om ging of dit beeld wel in de krant zou moeten worden gepresenteerd als compleet ‘normaal’. Zou dat niet het beeld van homoseksuelen als groep kunnen aantasten? De vooroordelen bevestigen? Je moet dan denken aan ‘alle homo’s zijn verwijfd’ en ‘alle homo’s willen zich verkleden als vrouw’.
Ik sta daar zelf niet al te doemdenkend in. Wellicht zou zo’n artikel een deel van de vooroordelen kunnen bevestigen. Zijn immers niet uiteindelijk alle vooroordelen op waarheid zijn gebaseerd of voortgekomen uit ervaringen die mensen hebben met een groep. Kunst is dus om iets als deze Drag Avond zo normaal mogelijk te presenteren, maar daarbij er wel om te denken dat dit natuurlijk niet voor de complete groep homo’s geldt.
Ik persoonlijk vind het erg goed dat er in een krant als Dagblad van het Noorden aandacht besteed wordt aan een dergelijk evenement. Het is goed om verschillende ervaringen van mensen te lezen. Ook al ben je zelf geen homo, je leest toch hoe anderen (bijvoorbeeld homo’s) over bepaalde dingen denken. Vooral belangrijk zijn ook bepaalde gevoelens die mensen in zo’n krantenartikel naar voren kunnen brengen. In mijn voorlichtingswerk zie ik dat ook terug. Een algemeen verhaal over wat homoseksualiteit is spreekt totaal niet aan. Grote lijnen over homoseksualiteit, de standaard feitelijkheden, zijn vaak toch wel bekend. Waar het echt om gaat, is het gevoel dat mensen hebben; het gevoel ‘onderdrukt’, gediscrimineerd en niet begrepen worden.

Tijdens de voorlichtingen van het COC hebben we altijd een onderdeel ‘persoonlijk verhaal’. Een echt ‘onderdeel’ kun je het eigenlijk niet noemen, maar de essentie is dat tijdens elke voorlichting sowieso een positieve en een negatieve ervaring worden verteld. Dit is dus iets wat de voorlichter zelf heeft meegemaakt. Je merkt altijd dat tijdens die momenten alle leerlingen aan je lippen hangen. Na de tijd komen er altijd verdere vragen vanuit de klas, maar we vragen de klas ook om zich in te leven in de vertelde situatie. Hierdoor krijgen de jongeren veel meer begrip voor het feit dat je homoseksueel (of bi of trans of whatever) bent. Ze gaan je meer zien als persoon zoals zijzelf dan als ‘die homo die even wat komt vertellen’.
Ikzelf ben ook eens Drag Queen geweest tijdens een thema feestje van mijn studie (zie foto) en vond dat geweldig. Je kunt één avond lang je compleet uitbundig gedragen en eens lekker iemand anders zijn, en toch jezelf.
Over dat laatste ging een andere discussie, maar die zal ik later bespreken.