Bi-culturele LHBT’ers

Bi-culturaliteit is een hottopic in de hedendaagse multiculturele samenleving. Discriminatie, racisme, pesten, allemaal onderwerpen die nog steeds actueel zijn binnen het kader van bi-culturaliteit. Maar hoe gaat dat nou als je naast ‘allochtoon’ ook nog eens LHBT’er bent? Daarover sprak Phillia Levine* tijdens een overleg bij COC Nederland in Amsterdam. Deze groep heeft last van dubbele discriminatie. Aan de ene kant van de ‘autochtone, witte’ Nederlander vanwege de culturele achtergrond, maar aan de andere kant ook uit de culturele achtergrond van het land van herkomst vanwege hun geaardheid of seksuele identiteit.

Phillia is van Iraanse afkomst en ondervond toen zij in Nederland kwam weinig binding met onder andere de groep in de klas, omdat daar sprake was van weinig diversiteit binnen die groepen. Ze heeft zelf geen strenge opvoeding gehad. Wel was haar opvoeding op sommige vlakken over beschermend.

Phillia is niet religieus opgevoed, toch is seksuele diversiteit een lastig onderwerp om over te praten. Dat ze zelf niet religieus is opgevoed laat al zien dat cultuur veel belangrijker is dan religie als achtergrond. Cultuur is namelijk het grote geheel van normen en waarden dat heerst in een samenleving en daardoor erg robuust en traag in verandering, terwijl godsdienst voortdurend aan verandering onderhevig is. Zie bijvoorbeeld hoe paus Franciscus van het ene op het andere moment opvattingen in de katholieke kerk zo kan veranderen.

In Nederland heerst een individualistische cultuur waar zelfontplooiing en jezelf zijn belangrijk is. In het Midden-Oosten is vooral belangrijk dat je nuttig bent voor de samenleving, elkaar steunt en is de groep belangrijker. In deze samenleving is weinig plek voor diversiteit, dus ook voor seksuele diversiteit. Het heeft dus niet direct met geloof te maken dat homoseksualiteit niet bespreekbaar is, maar met de hele culturele achtergrond als geheel.

Phillia geeft aan dat ze een dubbelleven leidt voor haar ouders. Die weten niet dat ze vrijwilligerswerk doet voor het COC en dat dit te maken heeft met seksuele diversiteit. Phillia geeft aan dat de reden dat haar vader niet weet dat ze lesbisch is, niet met angst voor eerwraak te maken heeft, maar wel met een vorm van angst voor wat anderen uit dezelfde culturele kring ervan zouden vinden.

Haar vrienden weten het wel. Die accepteren het vanwege een gedeeltelijke verwestering van hun eigen waardenbeeld. Wel zijn zij nog erg trots op hun eigen nationaliteit. Dit uit zich ook in het specifiek hebben van een Turkse of Marokkaanse boot tijdens de Gay Pride. Ze willen wel iets doen voor LHBT-acceptatie, maar dan specifiek binnen hun eigen cultuur.

Voor veel bi-culturele LHBT’ers bestaat helemaal geen behoefte om een coming-out te beleven, vertelt Phillia. Het is immers iets van jezelf persoonlijk, wat niet belangrijk is voor de rest van de wereld. Vanuit hun culturele achtergrond is immers de samenleving als geheel belangrijk en gaat immers niet om specifieke individuele kenmerken, zoals homoseksualiteit.

Dat Seksuele Diversiteit een lastig onderwerp om te bespreken is in landen met een dergelijke cultuur, zoals in het Midden-Oosten, komt dus niet zozeer omdat ze daadwerkelijk tegen homo- of transseksualiteit zijn. Het gaat er vooral om dat ‘anders zijn’ als zodanig een lastig onderwerp is, het afwijken van de norm. De nadruk moet dus worden gelegd op het leren waarderen en accepteren van diversiteit in de samenleving. Dat zorgt voor een veilige omgeving voor LHBT’ers.

CategorieënCOC

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *